Om deze pagina te bekijken heb je een Flash Player nodig.
Als de pagina niet meteen laadt, heb je waarschijnlijk geen Flash 6 op de computer geïnstalleerd. Dit programma kun je hier downloaden.

Nederlandse beschrijving:

In de drek van het secreet


'Op 29 januari 1803 werd Fetje Federiks de Graad veroordeeld om door de scherprechter op het schavot ruggelings aan de paal te worden gebonden met in haar armen een pop van lappen en daar een kwartier te staan en vervolgens voor de tijd van 7 jaren verbannen te worden uit Friesland.'
 
Wat had Fetje gedaan? Zij had in januari van het jaar 1802 vleselijke gemeenschap gehad met Menne Cornelis en hij was vermoedelijk de verwekker van hun kindje. Fetje en Menne waren  niet getrouwd, dus dat gaf een probleem. Ze ontkende naar de buitenwereld dat ze zwanger was, want ze wilde haar baan als meid bij oud-professor Verschuur graag behouden. Volgens haar confessie 'moest zij dinsdagochtend 5 oktober naar het secreet, dat zij daar alzittende een sterke pijn hebbend in haar lichaam, haar een grote brok ontvallen is, die hard in het secreet plofte'. Natuurlijk kon dit niet allemaal onopgemerkt gaan. Fetje vluchtte, maar werd in Amsterdam opgepakt en later veroordeeld. Als onderdeel van het bewijs tegen Fetje werd een lijstje van haar gevonden met daarop kinderkleding geschreven. Hieruit is geconcludeerd dat ze toch wist dat ze zwanger was.
 
Het verhaal van Fetje spreekt tot ieders verbeelding. In de periode 1700-1811 werden door het Hof van Friesland 60 vonnissen uitgesproken inzake kindermoord. Meestal betrof het vrouwen met een eenvoudig beroep, die ongewenst en ongetrouwd zwanger raakten.





Friese beschrijving:

Yn de drek fan it sekreet


'Op 29 januari 1803 werd Fetje Frederiks de Graad veroordeeld door de scherprechter op het schavot ruggelings aan de paal te worden gebonden met in haar armen een pop van lappen en daar een kwartier te staan en vervolgens voor de tijd van 7 jaren verbannen te worden uit Friesland'.
 
Wat hie Fetje dien? Sy hie yn jannewaris fan it jier 1802 mienskip hân mei Menne Cornelis en hy wie nei alle gedachten de ferwekker fan harren berntsje. Fetje en Menne wienen net troud, dus dat joech in probleem. Sy ûntkende nei de bûtenwrâld ta dat se yn ferwachting wie, want se woe har baan as faam by âld-professor Verschuur graach hâlde. Neffens har konfesje 'moest zij dinsdagochtend 5 oktober naar het secreet, dat zij daar al zittende een sterke pijn hebbend in haar lichaam, haar een grote brok ontvallen is, die hard in het secreet plofte'. Dat koe fansels net allegear ûngemurken gean. Fetje naaide út, mar waard yn Amsterdam oppakt en letter feroardiele. As ûnderdiel fan it bewiis tsjin Fetje waard in list fan har fûn mei dêrop ' berneklean' skreaun. Dêrút is konkludearre dat sy dochs wol wist dat sy yn ferwachting wie.
 
It ferhaal fan Fetje sprekt ta de ferbylding fan eltsenien. Yn de perioade 1700-1811 waarden troch it Hof van Friesland 60 fonnissen útsprutsen oer bernemoard. Faak gie dat om froulju mei in ienfâldich berop, dy't net winske en net troud yn ferwachting rekken.





Engelse beschrijving:

Problem in the privy


On 29 January 1803 Fetje Federiks de Graad was sentenced to being tied by the executioner with her back to the post on the scaffold and to stand there for quarter of an hour with a rag doll in her arms, followed by banishment from Friesland for the duration of 7 years.
 
So what had Fetje been guilty of? In January of the year 1802 she had had carnal knowledge of Menne Cornelis and he was the presumed father of Fetje's child. Fetje and Menne were not married and that was a problem. She denied to everyone that she was pregnant because she was keen to keep her job with retired professor Verschuur. In her confession she stated that 'on the morning of Tuesday 5 October she went to the privy and while sitting there she experienced a strong pain in her body, after which a large lump escaped from her body and plopped into the privy '. Obviously these matters could not go unnoticed. Fetje fled, was arrested in Amsterdam, and subsequently sentenced. Found as part of the proof against Fetje was a piece of paper on which she had listed children's clothing. From this could be concluded that she did in fact know that she was pregnant.
 
Fetje's story strongly stirs the imagination. Between 1700 and 1811 the Friesland Court handed down 60 judgments in connection with the murder of children. These mostly involved women with lowly occupations, who as unmarried women found themselves with an unwanted pregnancy.