Om deze pagina te bekijken heb je een Flash Player nodig. Als de pagina niet meteen laadt, heb je waarschijnlijk geen Flash 6 op de computer geïnstalleerd. Dit programma kun je hier downloaden.
Nederlandse beschrijving:
Liefdesbrieven in oorlogstijd
Romke Eelkes Zandstra werd in 1811 opgeroepen voor het leger van Napoleon. Na zijn opleiding, ging Romke Eelkes op weg, lopend, naar het nieuwe kamp van Boulogne-sur-Mer, een kustplaats in Frankrijk. Het leven in de kampen was verschrikkelijk. Er heerste schurft en dysenterie. Zijn verloofde Sjoukje was daarom erg bezorgd over haar Romke. Hij probeerde haar gerust te stellen en schreef haar 'Als het Saterdagavond of Sondagavond is dan denk ik was ik nu tuis dan was ik bij mijn geliefde minaresse. Mijn gedagten zijn altijd over u. Maar wees wel te moede ik kan het redelijk stellen'. Schreef hij aan zijn verloofde dat het goed met hem ging, aan zijn ouders schreef hij dat het eten erg slecht was en dat hij geld nodig had om extra eten te kopen. In april 1812 ging Romke Eelkes met zijn regiment richting Rusland. Tijdens een zware veldslag aan de Dwina (huidige Wit-Rusland) op 17 augustus 1812 werden er zware verliezen geleden. Of Romke Eelkes tijdens deze veldslag gesneuveld is, zullen we nooit weten. Hij is in ieder geval niet naar zijn verloofde teruggekeerd. Sjoukje heeft tot 1820 gewacht op Romke Eelkes voordat zij met een ander trouwde.
Boulogne-sur-Mer
Romke Eelkes schrijft over zijn verblijf in een kamp bij Boulogne onder meer: Wij zijn de zondags in pingster in de champ gekomen en daarzijn wij voort verdeeld ik en mijn kammeraad zijn onder heet 3 bataljon 1 chompagnie 123 regiment. En de champ is groot 7 uren en leit een halfuur van de stad. In ons champ staan bij de 300 tenten. En wij legge met ons 20 in een tent en legge alle naast mekaar op strooij en 1 grouwe sak daar moet wij naken in en ons jas is ons deken en de ransel ons hoofdkussen. Zo leggen wij nags bij elkaar. En als wij dan nog slape konden dana was het nog niets klaar. De vlojen en muisen zijn zo sterk dat wij er niet van kunnen rusten. Wij krijgen om de 4 dagen 2 broden maar kunnen er niet mee toe. Ik koop er nog een bij dan moet ik het nog rekken. En wij kunnen het voor de muisen niet bewaren. En morgens staan om 4 uren staan wij op. En om 5 uren ete wij soep 10 man aan een ketel. 5 man kan het wel op en de soep is slegt......
Friese beschrijving:
Leafdesbrieven yn oarlochstiid
Romke Eelkes Zandstra moast yn 1811 opkomme yn it leger fan Napoleon. Nei syn oplieding, gong er al rinnende nei it legerkamp fan Boulogne-sur-Mer, in plak oan 'e kust yn Frankryk. It libben yn 'e kampen wie ferskriklik. Der wienen sykten sa as rude en dysentery. Syn ferloofde Sjoukje makke har in soad soargen oer Romke. Hy besocht har gerêst te stellen en skreau har 'Als het Saterdagavond of Sondagavond is dan denk ik was ik nu tuis dan was ik bij mijn geliefde minaresse. Mijn gedagten zijn altijd over u. Maar wees wel te moede ik kan het redelijk stellen'. Wylst er oan syn Sjoukje skreaun hie dat it goed mei him gong, liet er yn it brief oan syn âlden witte dat it iten striemin wie en dat er jild nedich hie om ekstra iten keapje te kinnen. Yn 1812 gong Romke Eelkes mei syn rezjimint nei Ruslân. Yn in swiere fjildslach oan de Dwina (it hjoeddeistige Wyt-Ruslân) op 17 augustus 1812 wiene der grutte ferliezen foar it leger fan Napoleon. Oft Romke by dizze fjildslach sneuvele is, sille wy nea witte. Hy is yn elts gefal net by syn ferloofde werom kommen. Sjoukje hat oant 1820 op Romke wachte foardat sy in oar troude.
Boulogne-sur-Mer
Romke Eelkes skriuwt oer syn oanwêzigens yn 't kamp by Boulogne: Wij zijn de zondags in pingster in de champ gekomen en daarzijn wij voort verdeeld ik en mijn kammeraad zijn onder heet 3 bataljon 1 chompagnie 123 regiment. En de champ is groot 7 uren en leit een halfuur van de stad. In ons champ staan bij de 300 tenten. En wij legge met ons 20 in een tent en legge alle naast mekaar op strooij en 1 grouwe sak daar moet wij naken in en ons jas is ons deken en de ransel ons hoofdkussen. Zo leggen wij nags bij elkaar. En als wij dan nog slape konden dana was het nog niets klaar. De vlojen en muisen zijn zo sterk dat wij er niet van kunnen rusten. Wij krijgen om de 4 dagen 2 broden maar kunnen er niet mee toe. Ik koop er nog een bij dan moet ik het nog rekken. En wij kunnen het voor de muisen niet bewaren. En morgens staan om 4 uren staan wij op. En om 5 uren ete wij soep 10 man aan een ketel. 5 man kan het wel op en de soep is slegt......
Engelse beschrijving:
Love letters in times of war
In 1811 Romke Eelkes Zandstra was drafted into joining Napoleon's army. Following his training, Romke Eelkes set out on foot for the new army camp of Boulogne-sur-Mer on the French coast. Life in the camps defied any description. Diseases such as scabies and dysentery were rampant. No wonder his fiancée Sjoukje had great concerns about her Romke. He made an effort to reassure her and wrote 'Come Saturday or Sunday night I dream of being at home with my dearest love. My thoughts are always with you. But be assured, I am doing reasonably well'. Although he wrote to his fiancée about him being alright, to his parents he wrote about the poor quality of the food and about needing money to buy extra food. In April 1812 Romke Eelkes and his regiment set off to Russia. During a large battle on the Dwina (in today's Belorussia) on 17 August 1812 many soldiers were killed. We will never know if Romke Eelkes was one of them. One thing is for sure: he never returned to his fiancée. Sjoukje has been waiting for Romke Eelkes until 1820 when she married an other man.
Boulogne-sur-Mer
About his stay in a camp near Boulogne, Romke Eelkes wrote: On Whitsun we arrived at the camp, where my friends and I were assigned to the 3rd battalion, first company of the 123rd regiment. It takes 7 hours to walk around the camp that is at half an hour's walk from the city. In our camp are nearly 300 tents. A tent is shared by 20 soldiers and we all sleep naked in a dull sack, using our coat for a blanket and our knapsack for a pillow. That's how we spend the nights close together. And if we manage to fall sleep, the persistent flees and mice wake us up again. Every four days we get two loaves of bread, but that's not nearly enough. I buy an extra loaf and I still have to stretch it. And we can't keep it because of the mice. We get up at 4am. At 5am we have soup for breakfast, ten men sharing one kettle. The poor quality soup is hardly sufficient to feed five men......